Spitmachine waardig alternatief voor maïsteelt

Bij de teelt van maïs wordt voor de hoofdgrondbewerking vaak nog de ploeg uit de schuur gehaald. Spitmachinefabrikant Imants was benieuwd of hun spitmachines konden concurreren met de ploeg in de maïsteelt. Om het onderzoek in goede banen te leiden vroeg de fabrikant aan het onafhankelijke adviesbureau Groeikracht om een meerjarige proef op te zetten. Het resultaat? Spitten volgens de Imants-methode is een waardig alternatief voor de ploeg, en in vele gevallen geeft de snijmaïs een hogere zetmeelopbrengst

Ook dit jaar werd weer veel maïsland met de ploeg bewerkt. De kerende grondbewerking begraaft gewasresten of vanggewas onderin de ploegvoor en laat mooi zwart land na. Er is echter maar weinig land dat met de spitmachine bewerkt wordt. Na een meerjarig onderzoek van Groeikracht lijkt dit ten onrechte te zijn. Wanneer de gemiddelde opbrengsten over meerdere jaren bekeken worden, dan komen de ploeg en spitmachine naast elkaar uit, zowel voor de droge stofopbrengst als voor de zetmeelopbrengst. In specifieke situaties, zoals op droge zandgrond of op percelen met zware groenbemesters zoals bladrammenas, toonde de spitmachine zich superieur aan de ploeg, met opvallend hogere opbrengsten. Door het praktijkkarakter van het onderzoek werden ook proeven aangelegd in slechte, natte omstandigheden. Hoewel de ploeg daar licht beter uitkwam is de conclusie hierbij vooral “Niet doen”. Slechte omstandigheden bij de grondbewerking zorgen voor structuurschade en vervolgens voor slechte resultaten bij de oogst. Dit geldt voor ploegen en voor spitten.

Spitten kent tegenover ploegen een aantal voordelen. Zo vormt er zich onder de gespitte laag geen ploegzool waardoor de wortelgroei niet geremd wordt. Organisch materiaal zoals stalmest, gewasresten of vanggewas wordt verkleind en gemengd in de biologisch actieve bodemlaag en de bodemtemperatuur wordt grotendeels behouden. Voor de teelt van maïs, die warmte nodig heeft om te kiemen is dit zeker een groot voordeel tegenover ploegen De Imants spitmachines zijn uitgerust met linkse en rechtse spitbladen, die gelijkmatig verdeeld zijn over de spitas. Hierdoor wordt grond en organisch materiaal optimaal gemengd. Ook zorgde Imants voor veel ruimte in de machine, zodat er zelfs bij veel organisch materiaal van opstroppen geen sprake is. Aan de aangedreven harkrol besteedde de fabrikant ook veel aandacht. Niet alleen laat deze een egaal zaaibed achter, maar door de specifieke diameter kan de machine rustig op de rol lopen waardoor ongelijk land geen invloed heeft op het spitwerk. 



Onderzoek in de praktijk

Om zeker te zijn van de onafhankelijkheid van het onderzoek vroeg Imants aan Groeikracht BV om de praktijkproeven aan te leggen en op te volgen. Groeikracht deed een eigen onderzoek in de jaren 2018, 2019 en 2021, in 2020 bemoeilijkte de Covid-19 pandemie de werkzaamheden, maar het project Grondig Boeren met Maïs Brabant leverde interessante data die binnen het Groeikracht-onderzoek konden gebruikt worden. In de 3 jaren waarin Groeikracht het onderzoek zelf in hand had zorgden zij voor de coördinatie en aanleg van de proeven, de waarnemingen in het veld, de oogst en de dataverwerking. Om de proeven zo dicht mogelijk bij de praktijk te houden werd er enkel gewerkt met machines uit de praktijk, op grote stroken en met volwaardige werkbreedtes. Om zoveel mogelijk externe invloeden uit te schakelen werd telkens de Imants spitmachine vergeleken met dezelfde ploeg, een Lemken 5-schaar met ondergronders en uitgerust met een Flex-pack vorenpakker. De ploeg werkte 22 tot 24 cm diep, de ondergronders maakten de grond nog eens 15cm dieper los. De Imants 38SX was gecombineerd met een voorzetwoeler die 40cm diep de grond los trok, de spitmachine zelf werkte 24cm diep. De aangedreven harkrol liet in 1 werkgang een vlak zaaibed na. Ook bleek na verschillende prikken met de penetrometer dat de spitmachine met voorzetwoeler de grond dieper los maakte dan de ploeg met ondergronders.

Bij het aanleggen van de proeven koos Groeikracht voor herhalingen van de stroken, zodat eventuele verschillen in het veld uitgevlakt werden in de resultaten. Ook werd bij het aanleggen van de stroken rekening gehouden met de hoogtekaart. Tijdens het onderzoek heeft Groeikracht onder meer gekeken naar de verkleining en vertering van het vanggewas en het resultaat van de hoofdbewerking. Na het zaaien werd de opkomst geteld en tijdens het groeiseizoen werd ook onkruiddruk en -opslag gemeten. De oogst werd gemeten door middel van geijkte weegsystemen en ook werd de voederwaarde bepaald aan de hand van meerdere monsters. Dit alles werd telkens apart per strook gedaan. De resultaten werden met analytische software met elkaar vergeleken.

De proeven werden steeds voor snijmaïs aangelegd op zowel lichte zandgronden als op leemhoudende zandgronden. 

De resultaten


3 jaar eigen veldproeven en de samenwerking met het project Grondig Boeren met Maïs Brabant zorgde voor heel wat te verwerken data. Het eindresultaat kort samen gevat? Het verschil tussen ploegen en spitten is klein, wanneer er enkel naar de strikte gewasopbrengst gekeken wordt. Wanneer er echter dieper op de resultaten ingegaan wordt, dan worden de verschillen groter. Snijmaïs is een energiegewas, dat geteeld wordt voor het zetmeel. De resultaten over 3 jaar toonden zowel op de droge, normale als leemhoudende hogere zetmeelopbrengsten. De gemiddelde meeropbrengst zetmeel bedroeg 3,3% per hectare bij spitten in vergelijking met ploegen. Op de droge zandgrond haalde de maïs op gespitte grond een meeropbrengst in droge stof (DS) van wel 7,8%. Op de normale zandgrond haalde de maïs op gespitte grond een meeropbrengst in zetmeel van 7,1%. Deze meeropbrengst is te verklaren door een aantal eigenschappen van de spitmachine. Zo legt de spitmachine met aangedreven harkrol de bouwvoor vaster weg dan de ploeg. Hierdoor wordt meer vocht d vastgehouden. Een droge grond warmt sneller op, wat zorgt voor een snellere kieming, het vocht dat in de bouwvoor vastgehouden wordt zorgt er voor dat aan de jonge plantjes hun vochtbehoefte voldaan wordt. De ploeg laat een lossere bouwvoor na, waardoor veel vocht kan ontsnappen maar ook meer (warme) lucht kan intreden.

Uit de data van het project Grondig Boeren, dat op meer leemhoudende gronden uitgevoerd werd, kwam de spitmachine ook als de betere naar voren. Het verschil tussen de ploeg en de spitmachine was wel kleiner dan op de (droge) zandgronden. Bij het aanleggen van de proeven was aan de trekker te merken dat er een stevige ploegzool onder de bouwvoor zat. Deze werd met de voorzetwoeler tot een diepte van 42cm doorbroken. Bij de 3 grondsoorten kan gesteld worden dat voor het beste resultaat het van belang is om op het juiste moment met de juiste afstellingen te werken. Ook belangrijk is dat de spitmachine uitgerust is met een voorzetwoeler of woeltanden tussen de spitmessen, voor een optimale en diepe grondbewerking, zonder de grondlagen teveel te mengen.

Bovenstaande tabel bevat de opbrengstresultaten van 2021. Hoofdletters betekenen "significant" en dus zal dit resultaat bij hernieuwd onderzoek wederom naar voren komen.


Bij het klaarleggen van maïsland moet zowel bij het ploegen als bij het spitten rekening gehouden worden met eventuele vanggewassen of groenbemesters. De invloed van het correct verkleinen en inwerken van vanggewassen mag niet onderschat worden. Ook hier deed Groeikracht de nodige proeven. Het vroeg en intensief verkleinen van de vanggewassen heeft de voorkeur. Reden hiervan is dat het vanggewas geteeld wordt om in de winterperiode de nutriënten vast te houden die in het voorjaar na voldoende verkleining als voeding ter beschikking komen in de volgende maïsteelt. Als het vanggewas te laat of niet voldoende verkleind wordt, onttrekt het vanggewas stikstof uit de bodem terwijl, als het vanggewas vroegtijdig verkleind is, het juist stikstof oplevert voor de volgende teelt. Dit is niet geheel onbelangrijk gegeven de huidige prijzen van de meststoffen. Onder “intensief” verstaan we verkleinen door middel van een frees of 2 bewerkingen met een schijveneg. Op de percelen waar laat en extensief (1 bewerking met vleugelschaarcultivator) het vanggewas aangepakt werd, werd een opvallend lagere opbrengst gemeten. Het verschil tussen de intensieve en extensieve bewerking bedroeg meer dan 20% minder opbrengst in zetmeel. Bij de intensieve bewerking werd geen significant verschil gemeten tussen 1 maal frezen of 2 maal bewerken met de schijveneg. Ook bij het onderwerken van vanggewas is het van belang om op het juiste moment en met de juiste afstellingen te werken. Ongeacht de voorbewerking van de groenbemester, stelde Groeikracht een significant hogere zetmeelopbrengst vast bij het spitten.

Bij het onderzoek naar de invloed van vanggewassen werden 3 soorten ingezaaid: Bladrammenas, Italiaans raaigras en Rietzwenkgras. Van deze 3 vraagt Italiaans raaigras de meeste aandacht om correct verkleind te worden. 1 maal frezen of 2 bewerkingen met de schijveneg zorgen voor een correcte voorbewerking, en dat zelfs zonder glyfosaat. Natuurlijk moet de bodem het toelaten om op tijd aan de voorbewerking te beginnen. Indien Italiaans raaigras niet voldoende verkleind wordt voor de hoofdgrondbewerking, is de ploeg in het voordeel. 

Het eindresultaat


4 jaar praktijkproeven zorgen voor veel te verwerken gegevens. Uit al deze gegevens kan afgelezen worden dat spitten een uitstekende hoofdbewerking is voor de teelt van maïs. Zeker op (droge) zandgronden is de spitmachine in het voordeel wanneer enkel naar strikte (zetmeel)opbrengst gekeken wordt. Worden de andere voordelen van de spitmachine mee opgenomen in de vergelijking, dan maakt deze techniek een grote sprong naar voren tegenover de ploeg. Ook het belang van de voorzetwoeler of woelpoten tussen de spitmessen is duidelijk uit het onderzoek. Om een optimale wortelgroei toe te laten moet de grond diep genoeg los gemaakt worden. Rechte, smalle woelpoten zorgen ervoor dat de grondlagen gebroken worden, maar niet gemengd. Een laatste belangrijk aandachtspunt is dat zowel voor de maïsteelt als elke andere teelt de juiste bewerking op het juiste moment en in de juiste omstandigheden moet gebeuren voor het beste eindresultaat.

Naast het praktijkonderzoek van Groeikracht werd door Imants zelf ook de technische kant van de zaak kritisch beoordeeld. Met een vergelijkbare trekker aan de spitmachine en de ploeg kan met de spitmachine in 1 bewerking de grond zaaiklaar gelegd worden, en dat met een werkbreedte van 3 meter. Een 4-schaar ploeg met een snijbreedte van 35 cm bewerkt 1,4 meter grond in 1 werkgang, bij een snijbreedte van 45 cm is dit nog steeds minder dan 2 meter. Daarnaast moet de grond in het overgrote deel van de gevallen nog zaaiklaar gelegd worden met een rotorkopeg of zaaibedbereider. De spitmachine zorgt dus niet alleen voor een sterke besparing op zowel brandstof als werkuren, maar verlaagt ook het aantal werkgangen en bijhorende verdichting van de bodem. Als een spitmachine vergeleken wordt met een 5-schaar ploeg met vorenpakker zoals in dit onderzoek, is er een besparing van 35% op brandstof en 35% op tijd. Dit resulteert in een besparing van 35% op de kosten van de grondbewerking. Indien er meerdere werkgangen nodig zijn zoals bijvoorbeeld een extra bewerking voor een zaaibedbereiding, kan de besparing zelfs oplopen tot meer dan 50%. Tel hierbij de andere voordelen van de spitmachine, zoals het optimaal mengen van plantenresten of stalmest in de bouwvoor, de snellere opwarming van de grond, het behoud van de capillaire werking van de bodem en het ontbreken van de ploegzool, en het is duidelijk dat de spitmachine de betere keuze is.  


Hieronder een voorbeeld van hoe een dergelijke berekening eruit kan zien:

Twitter

Twitter Imants

Facebook

Facebook Imants